Van de paleizen van Beijing en de Chinese Muur tot de verlichte skyline van Chongqing, de zandsteenpilaren van Zhangjiajie en het bruisende Shanghai: zo maakte collega Niels zijn rondreis door China. Onderweg liet hij zich verrassen door de afwisseling tussen miljoenensteden en indrukwekkende natuur. In dit reisverhaal neemt hij je mee langs zijn ervaringen en hoogtepunten.
Beijing: hoofdstad van China
De eerste voetstappen op Chinese bodem werden in Beijing gezet. De eerste indrukken lieten de meeste vooroordelen achter zich: een moderne en schone metropool, druk maar georganiseerd. En als Nederlander toch altijd bijzonder om te zien: veel fietsers. Gelegen in het hart van de stad ligt de Verboden Stad, gelijk ons eerste hoogtepunt van de reis. Een immens groot paleis, dat eeuwenlang alleen voor de keizer van China toegankelijk was. Binnen de poorten liep je van het ene naar het andere plein, waar steeds een ander imposant gebouw te wachten stond.
Ten zuiden ligt de monumentale toegangspoort Tiananmen, gelegen aan het gelijknamige plein, het Tiananmenplein. Voor de Chinezen is dit plein een symbool van nationale trots. In het Westen staat het vooral bekend om een specifieke foto: de man voor de tank, ook wel de ‘Tankman’. Het contrast tussen de gewetens is dan ook groot, en dat is voelbaar op het plein – met spanning. Strenge controles vóór én op het plein (zelfs speelkaarten waren niet veilig) en te lang stilstaan wordt opgemerkt. Alles om escalatie te voorkomen. Klinkt misschien niet heel gezellig, maar voor mij was het juist heel indrukwekkend, helemaal met de kennis die je (wél) hebt. Dus zeker een bezoek waard.
De Chinese Muur: een wereldwonder afstrepen
Ten noorden van de hoofdstad is er één van de zeven wereldwonderen te vinden: de Chinese Muur. Met een lengte van ruim 8.000 kilometer zijn er genoeg rustige plekjes te vinden, zolang je iets verder rijdt dan het dichtstbijzijnde punt. Bij de ingang liepen we in 20 minuten de berg op, om vervolgens de eerste stappen op de muur te zetten. Toren voor toren aflopend, verandert het uitzicht continu. Tussendoor onderschat je hoe steil het kan zijn, een beetje conditie is wel nodig om wat te zien. Maar dat is het zeker waard: de iconische uitzichten op de muur zelf zijn zeer indrukwekkend.
Chongqing: stad van de cyberpunk
De stad waar ik het meeste naar uitkeek. Geen idee waarom eigenlijk, maar iedereen had het erover. De stad is gebouwd in de heuvels, precies wat het zo karakteristiek maakt. Wanneer je denkt op de begane grond te staan, blijk je toch op een gebouw van 40 hoog te staan. Of een metrostation gelegen op 20 hoog in een appartementencomplex. Deze verschillende lagen maken de stad zo tof, helemaal ’s avonds wanneer de skyline verlicht wordt.
Naast de architectuur staat Chongqing bekend om de hotpot. De pot is opgesplitst in twee delen bouillon: pittig en niet-pittig. Maar let op: als ze het in China over pittig hebben, dan is dat ook zo. Langs de rivier zijn er dan ook genoeg hotpot-opties, vaak met uitzicht op de skyline. Zeker een must in Chongqing!
Zhangjaijie: het Avatar-gebergte
Betonnen wolkenkrabbers worden vervangen door natuurlijke wolkenkrabbers. Het nationaal park waar de film die het meeste heeft opgebracht inspiratie heeft opgedaan: Zhangjiajie, ook bekend als het Avatar-gebergte. Een natuuromgeving die je nergens zo indrukwekkend ziet: honderden pilaren die de lucht in rijzen. Met de kabelbaan vlogen we langs de rotsen heen naar het panoramische uitzicht. Eenmaal boven zijn de routes eindeloos. Omringd door vele makaken is het uitzicht werkelijk onbeschrijfelijk: honderden reusachtige zandsteenpilaren die de lucht in rijzen.
Om echt álles uit het park te halen, bracht een shuttlebus je met piepende banden rond het hele gebied. Na een flinke ronde gemaakt te hebben, bracht de Bailonglift ons weer naar beneden, waar je glijdend langs de pilaren weer op de begane grond staat. Nu was het tijd om langs de zandsteenpilaren te hiken. Dan zie je pas echt hoe massief ze zijn. Ook zeker de moeite waard om te doen.
Yangshuo: karstgebergte in de tropen
Ook niet te missen in China: het karstgebergte in Yangshuo. In het begin was ik hier redelijk sceptisch over: het zal wel vergelijkbaar zijn met natuurgebieden in Thailand en Vietnam. Bij aankomst werd ik, naast de klamme hitte, toch flink verrast. De omgeving was adembenemend en het dorpje zeer bruisend – een echt backpackersoord. Tijd om te ontdekken: eerst met een fietstocht. Langs de heuvels, rijstvelden en de Moon Hill ontdekten we de straatjes van het dorp. Onze gids kon het tempo van de Hollanders niet bijhouden, dus werd ze aanhangend en al de heuvels op geholpen.
Ook een tocht over de Li-rivier met een bamboevlot kan niet ontbreken. Hiervoor reisden we een stukje verder naar het karstgebergte van Xingping, dat je terugvindt op het 20 yuan-biljet. Ook waanzinnig mooi om te doen.
Shanghai: de trots van China
We sluiten af met een klapper: het moderne Shanghai. De lichten stonden al aan toen we aankwamen en de befaamde wolkenkrabbers werden steeds beter zichtbaar. Je voelde al gelijk de energie van de stad. Inchecken, spullen droppen en door naar de Bund, dé plek om de iconische skyline te bewonderen – en dat was zeer spectaculair. Zo heb je uitzicht op de befaamde Oriental Pearl Tower en de Shanghai Tower, het op twee na hoogste gebouw ter wereld.
Op onze laatste dag in China werden de laatste bezienswaardigheden afgestreept: wijken, tempels en tuinen. In de Franse Concessie liep je door smalle sfeervolle straatjes, vol met winkeltjes en eettentjes. Ook Yu Garden is een aanrader: een prachtige botanische tuin in Chinese stijl. Maar Shanghai draait om de moderniteit van de stad, iets waar de Chinezen erg trots op zijn. Shanghai moet je dus echt ‘ervaren’, maar dat geldt eigenlijk voor het hele land.